De MORA is de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse Regering en het Vlaamse Parlement. In haar eerste Mobiliteitsrapport geeft de MORA de nieuwe minister van Mobiliteit en Openbare Werken, Hilde Crevits, zeven aanbevelingen mee, om het mobiliteitsbeleid in Vlaanderen naar een hoger plan te tillen.
Die aanbevelingen zijn gedragen door alle leden van de raad; met name de werkgevers- en werknemersorganisaties, de lokale overheden, mobiliteitsverenigingen, milieuverenigingen en openbaar vervoer aanbieders. De mobiliteitsdoelstellingen van Pact 2020, om tegen 2020 over één van de performantste verkeers- en vervoerssystemen te beschikken, vormen de krijtlijnen van de aanbevelingen.
1. Als eerste stelt de MORA dat er in vergelijking met het buitenland, een duidelijk gebrek is aan relevante gegevens voor het Vlaamse mobiliteitsbeleid. De bestaande gegevens blijken vaak versnipperd, onvolledig en bijna nooit regionaal, wat een analyse van het mobiliteitsveld bemoeilijkt.
2. De MORA dringt ook aan op een afstemming van het mobiliteitsbeleid met het ruimtelijk ordeningsbeleid en op een gericht locatiebeleid. Dit is namelijk cruciaal om de congestie- en bereikbaarheidsproblemen efficiënt aan te pakken.
3. Ook zou het mobiliteitsbeleid een integrale benadering moeten ontwikkelen, waarbij de verschillende vervoersmodaliteiten als onderdeel van het totale mobiliteitssysteem moeten bekeken worden. Dit is volgens de MORA essentieel om in te spelen op de verwachte toename van het goederen- en personenverkeer en om de economische groei niet te belemmeren.
4. De realisatie van de beloofde investeringsprojecten op het vlak van Mobiliteit en Openbare Werken uit het Vlaams Regeerakkoord 2004-2009 laat nog erg te wensen over en moet volgens de MORA dus één van de prioriteiten worden.
5. In haar mobiliteitsbeleid moet de Vlaamse Regering meer focussen op het woon-werkverkeer. In het Pact 2020 staat als doelstelling om het aantal kilometers woon-werkverkeer dat per auto afgelegd wordt, drastisch te verlagen en om maar liefst 40% van de woon-werkverplaatsingen door collectief vervoer, openbaar vervoer of per fiets of te voet af te laten leggen. De MORA pleit hierbij voor een gebiedsgerichte aanpak van het Vlaams pendelbeleid, dat op knelpunten (filepunten) zoals Antwerpen en Brussel inspeelt.
6. Ook verkeersveiligheid blijft een belangrijke focus voor het Vlaams mobiliteitsbeleid. De MORA vraagt om een gericht doelgroepenbeleid te voeren volgens modus, type ongeval, leeftijd en gender.
7. Last but not least moet extra aandacht gaan naar het behalen van de Europese milieudoelstellingen voor de transportsector in Vlaanderen. Investeren in een milieuperformanter (minder milieuvervuilend) transport is volgens de MORA dan ook zinvol, waarbij de afweging van maatschappelijke kosten en baten en de afstemming van kortetermijninspanningen van langetermijndoelstellingen aandachtspunten zijn.
Nochtans is het niet allemaal kommer en kwel, wat het Vlaamse mobiliteitsbeleid betreft. Zo gaat de verkeersveiligheid erop vooruit, reizen meer mensen met het openbaar vervoer en gaat ook het goederenvervoer in stijgende lijn.
Wilt u zelf maatschappelijk verantwoord en duurzamer omgaan met uw wagenpark, maar weet u niet meteen hoe u hieraan moet beginnen? Neem dan eens contact op met Ctrack België en vraag informatie over hun oplossingen om u en uw medewerkers aan te zetten tot bewuster rijgedrag.

